, ,

Faciliteiten en Vlaamse weerstand

Op 29 maart jongstleden werd het appel geblazen van Komen tot Mesen. Een dertigtal overtuigde Vlamingen, waaronder Michael Discart, voorzitter van de Vlaamse Volksbeweging, en Filip Van Vyve, voorzitter van de afdeling West-Vlaanderen, verzamelden in Komen. Deze faciliteitengemeente ligt als enclave geprangd tussen Vlaanderen en Frankrijk, in een historische verhouding die teruggaat tot vóór het ontstaan van de Belgische staat.

De regio, die tot de achttiende eeuw nog grotendeels Nederlandstalig was, kende vanaf dan een geleidelijke verfransing. Na een vroege Keltische aanwezigheid langs de Leie vestigden de Romeinen er een nederzetting onder veldheer Comminius, die zijn naam gaf aan de latere gemeente. Vanaf 988 kwam Komen onder het bestuur van graaf Boudewijn IV van Vlaanderen. Na talrijke conflicten tussen onder meer Rijsel, de Bourgondiërs en de families De Croÿ en Arenberg, werd met de Vrede van Utrecht de definitieve grens met Frankrijk vastgelegd.

Hoewel België ontstond in 1830, was de verfransing van Komen toen al decennia aan de gang. Tot 1963 behoorde de gemeente tot de provincie West-Vlaanderen, maar na betwiste talentellingen en de naweeën van de Tweede Wereldoorlog werd Komen-Waasten overgeheveld naar Henegouwen, onder een faciliteitenstatuut.

Vandaag is het straatbeeld van Komen vrijwel volledig verfranst. Enkel straatnamen, officiële aankondigingen en sporadische privé-initiatieven herinneren nog aan het Nederlands. Wat echter ooit begon als een klein Nederlandstalig schooltje rond 1980 — waar kinderen zich letterlijk een weg moesten banen door vijandige reacties — is uitgegroeid tot “De Taalkoffer”, een volwaardige kleuter- en lagere school. Dankzij een gedreven directie en enthousiaste leerkrachten vormt deze school een belangrijk Nederlandstalig baken in de regio. De ontvangst daar was bijzonder hartelijk en getuigde van een sterke verbondenheid.

Na een koffiepauze trok de groep op voor een mars van tien kilometer richting Mesen, opnieuw een faciliteitengemeente, maar dan in Vlaanderen. Het landschap werd gekenmerkt door uitgestrekte vlaktes met aan de horizon een heuvelrug. Tijdens de tocht gaf een deelnemer een boeiend exposé over het verloop van de Eerste Wereldoorlog in deze streek, waar nog steeds artefacten en menselijke resten opduiken — stille getuigen van een bijzonder bloedig conflict.

De tocht eindigde in Mesen, de kleinste stad van het land. Net als Komen kent ook Mesen een Romeinse oorsprong en was het in de middeleeuwen een bloeiende plaats met een belangrijke lakennijverheid. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd de stad volledig verwoest, met uitzondering van de ondergrondse crypte, waarop later de monumentale kerk werd heropgebouwd.

Tot slot sprak gids Guy Muylaert de groep toe. Hij benadrukte dat deze geslaagde tocht van Komen naar Mesen niet het einde betekent, maar net een voortzetting van de inzet rond de faciliteitenproblematiek.

Patrick Proot
Voorzitter Vlavrij


Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.